Definition of Identity

This part is based on Wikipedia and opinion pages ...

It is not "The Truth", but a start to understand the word "nation" so we all can talk about the same ...

Please give your reaction as a comment ... so the dialogue can continue to start.

 

In philosophy, identity (also called sameness) is whatever makes an entity definable and recognizable, in terms of possessing a set of qualities or characteristics that distinguish it from entities of a different type. Identity is whatever makes something the same or different.

In social sciences, identity is an umbrella term used to describe an individual's comprehension of him or herself as a discrete, separate entity. 

Psychologists most commonly use the term "identity" to describe personal identity, or the idiosyncratic thing that make a person unique. Meanwhile, sociologists often use the term to describe social identity, or the collection of group memberships that define the individual. However, these uses are not proprietary, and each discipline may use either concept.

Cultural identity is the identity of a group or culture, or of an individual as far as one is influenced by one's belonging to a group or culture

 

There are modern questions of culture that are transferred into questions of identity. Various cultural studies and social theories investigate the question of cultural identity. In recent decades, a new form of identification has emerged. This new form of identification breaks down the understanding of the individual as a coherent whole subject to a collection of various cultural identifiers. These cultural identifiers examine the condition of the subject from a variety of aspects including: place, gender, race, history, nationality, language, sexual orientation, religious beliefs, ethnicity and aesthetics.

Culture, as a social practice, is not something that individuals possess. Rather, it is a social process in which individuals participate, in the context of changing historical conditions. As a "historical reservoir", culture is an important factor in shaping identity. Some critics of cultural identity argue that the preservation of cultural identity, being based upon difference, is a divisive force in society, and that cosmopolitanism gives individuals a greater sense of shared citizenship. That is not to always be divisive. When considering practical association in international society, states may share an inherent part of their 'make up' that gives common ground, and alternate means of identifying with each other. Examples can be taken from both old and contemporary world order. In the old world order European states shared a high level of cultural homogeneity, due to their common history of "frequently violent relationships, and Greco-Roman cultural origins" (Brown 2001). Brown also argues that the Western invention of the nation-state has proven to be an appealing and homogenising factor to many cultures

 

 

For our project, the term "national identity" can be somehow  important : the belief of belonging to a nation.

During the project,  there was a national questionnaire on the French national Identity going on in France. Half Europe found it necessary to give an opinion on this. Read further for some impressions and comments.

 

AttachmentSize
Vlaanderen vlagt.pdf2.47 MB
Identiteit belooft zekerheid.pdf2.28 MB

Languages: You are what you speak

I read this very interesting article about the diversity of languages in New Scientist. For 50 years scientists have been looking for the universal grammar underlying all languages, but these absolute rules have become a straitjacket.
Any given language is a complex system shaped by many factors, including culture, genetics and history. There seem to be no absolutely universal traits of language, only tendencies. And it is a mix of strong and weak tendencies that characterises the "bio-cultural" hybrid we call language.

After half a century of trying to find a common pattern among all languages it is increasingly clear that they are not the same.

  • Some languages have 11 distinct sounds with which to make words, while others have 144. Sign languages have none. As sounds that were once thought impossible are discovered, the idea that there is a fixed set of speech sounds is being abandoned.
  • Some languages use a single word where others need an entire sentence. In English, for example, you might say "I cooked the wrong meat for them again". In the Indigenous Australian language Bininj Gun-wok you would say "abanyawoihwarrgahmarneganjginjeng". The more we know about language processing, the less likely it seems that these two structures are processed in the same way.
  • Even plurals are not straightforward. The Kiowa people of North America use a plural marker that means "of unexpected number". Attached to "leg", the marker means "one or more than two". Attached to "stone", it means "just two".
  • Some major word classes are not found in all languages. English, for example, lacks "ideophones" where diverse feelings about an event and its participants are jammed into one word - as in "rawa-dawa" from the Mundari language of the Indian subcontinent meaning "the sensation of suddenly realising you can do something reprehensible, and no one is there to witness it".

Read the article here: http://www.newscientist.com/article/mg20627621.000-language-lessons-you-are-what-you-speak.html?full=true

Identiteit in tijden van Expeditie Robinson

 ZEGGEN WIE JE BENT IS GEZOND EN NIET VRIJBLIJVEND

 

In het veelkantige identiteitsdebat van de jongste weken kan BART DE WEVER niet ontbreken. Als antwoord op het doorwrochte pleidooi van Guy Verhofstadt tégen een identiteitsdenken en vóór een postnationalisme, presenteert hij zelf een al even diepgaand werkstuk. En legt hij in één moeite door uit waarom neoliberale veelverdieners niet van identiteit houden.

Verhofstadts essay over identiteit (DS 24 februari) heeft alvast de verdienste dat de lectuur ervan mij, zoals de door Marcel Proust in bloesemthee gesopte madeleine, terugvoerde naar mijn studententijd begin jaren negentig. Toen waren de ideeën van Verhofstadt nog vers en voorwerp van een levendig intellectueel debat. De Berlijnse muur viel en de wereld beleefde een kortstondige dronkenschap van optimisme. Francis Fukuyama voorspelde onomwonden het einde van de geschiedenis in een op handen zijnde universalisering van de westerse democratie. Dezelfde hoogmoedige gedachte werd 2000 jaar eerder al uitgewerkt door de Griekse filosoof Posidonius, die Rome de wereld zag herscheppen in een gemenebest van de mensheid waarin alle culturele verschillen voor eeuwig zouden vervallen. De globalisering werd begin jaren negentig nog enthousiast onthaald, zowel bij de gematigde linkerzijde als in het neoliberale kamp. Geloof in de nationale identiteit werd afgeschreven als een stadium dat de mensheid dringend voorbij moest. Meer nog, waar conflicten in de wereld vóór 1989 steevast door de ideologische bril van de Oost-Westtegenstelling werden geduid, werd de zwarte piet nu doorgeschoven naar het nationalisme. De gewelddadige ontbinding van Joegoslavië zou voor 1989 vanzelfsprekend worden verklaard in het Oost-Westschema, maar na 1989 werd het een verhaal van extreme nationalisten en etnische zuiveringen. 

Destructie en zelfspot

Het postmodernisme ontwikkelde een visie op identiteit waarbij de klemtoon lag op deconstructie en demythologisering. Tegen de achtergrond van de electorale doorbraak van een radicaal rechtse, nationalistische partij, sprong progressief Vlaanderen zo enthousiast op die kar dat deconstructie allengs veranderde in destructie. Vlaamse identiteit gold als een gevaarlijke illusie, gekoesterd door achterlijke lieden. Van de weeromstuit groeide er een nieuwe belgitude. In tegenstelling tot het traditionele belgicisme verheerlijkte die België niet wegens de Belgische identiteit maar juist wegens het gebrek daaraan. Als drager van een non-identiteit werd België opgewaardeerd van een natiestaat in volle neergang tot een gidsland naar de gedroomde postnationale wereld. Toen Paars in 1999 de macht overnam, werd het project 'Vlaanderen-Europa 2002' van Luc Van den Brande vervangen door de zogenaamde Kleurennota. Het verschil tussen beide documenten zat vooral in wat geschrapt werd: iedere verwijzing naar het Vlaming-zijn werd omfloerst en Vlaanderen was niet langer een culturele gemeenschap, maar een regio of een trefpunt. In 2002 sloegen de kwaliteitskranten naar aanleiding van 700 jaar Guldensporenslag met onverholen genoegen aan het demythologiseren. De open deur dat de veldslag van het graafschap Vlaanderen tegen de Franse kroon weinig verband houdt met het hedendaagse Vlaanderen, werd bij herhaling ingetrapt. Vlaanderen moest en zou weten dat 1302 slechts een verhaal was dat door 19de-eeuwse romantici werd opgerakeld om Vlaanderen uit te vinden. In de Vlaamse regering werd geopperd om 'Vlaanderen Boven' als feestlied te kiezen boven de Vlaamse Leeuw, kwestie van iedere verdenking van nationalisme uit te wissen met goedmoedige zelfspot. 

De basis voor deze hoogmis van Vlaamse zelfschaamte werd enkele jaren eerder geleverd door Het klauwen van de leeuw, waarin historicus Marc Reynebeau grondig afrekende met de mythe van de Vlaamse identiteit. Wie het eerste deel van dat boek herleest, merkt dat Verhofstadt in zijn essay precies dezelfde gedachtegang probeerde te ontwikkelen. De oud-premier liet enkel alle waardevolle nuances vallen, voegde er een gênant slechte geschiedenisles aan toe en beschuldigde als uitsmijter alle vormen van identiteitsdenken van potentiële massamoord. Een mens vraag zich af of ze bij de Convergència Democràtica de Catalunya, voorvechter van de Catalaanse onafhankelijkheid, weten dat hun fractievoorzitter in het Europees parlement hen beoordeelt als lieden wier politiek streven uiteindelijk leidt tot de gaskamer. Eveneens ironisch is dat Verhofstadt uitgerekend Amartya Sen (die het kosmopolitisme à la Verhofstadt scherp veroordeelt) aanhaalt om zich te scharen achter diens terechte afschuw van het herleiden van mensen tot een eenduidige, enkelvoudige identiteit. Dat terwijl Verhofstadt zelf mensen het recht ontzegt om te kiezen voor een nationale identiteit en heel Europa beveelt tot het enkelvoudige, eenduidige pad van zijn postnationaal geloof. Of hoe de visionair uit Gent de opgewekte gasgeur uiteindelijk naar zichzelf trekt. 

Pornografie

De aanleiding voor Verhofstadts poging om voorop te lopen met ideeën die anderen lang voor hem veel beter en genuanceerder op papier hadden gezet, was het debat over de nationale identiteit in Frankrijk. Het verloop daarvan toonde vooral aan hoeveel speelruimte er intussen gegeven is aan lieden die de intellectuele veroordeling van identiteitsbeleving dankbaar gebruiken om het verkregen monopolie in te vullen met het aanprijzen van een gesloten identiteit. Het hele debat verzandde dan ook in een rondje islam-bashen vanwege extreemrechts. De linkerzijde antwoordde even voorspelbaar door er - naar het goede woord van André Glucksmann - voetstoots van uit te gaan dat het enige mogelijke verband tussen identiteit en burgerschap er één van uitsluiting is. Daarmee bewezen ze eer aan een boutade van historicus Eric Defoort: identiteit afwijzen omdat racisme bestaat, is zoals seks afwijzen omdat pornografie bestaat. Die boutade impliceert dat identiteit een natuurlijke menselijke behoefte is die men op een positieve manier kan beleven. En daarmee ligt de hamvraag op tafel: klopt dit wel? In tegenstelling tot wat Verhofstadt meent te weten, wordt al geruime tijd algemeen aanvaard dat nationale identiteit contingent is. Zoals alles wat wij maatschappelijk denken, is het een menselijke uitvinding. Identiteit is een sociale constructie die een groep mensen die elkaar niet persoonlijk kennen, tracht te verbeelden tot een samenhorige gemeenschap. Identiteit poneren als finaliteit is hopeloos achterhaald, identiteit moet benaderd worden als een functie. De vraag of deze functie nog positief kan inspelen op een gezonde behoefte en dus nuttig blijft in de 21ste eeuw is bijgevolg zeker legitiem. Mijns inziens is het antwoord op die vraag onomwonden ja.

Kamp noord

De mens is van nature een sociaal wezen. Etnocentrisme en xenofobie komen in alle tijden voor en zouden biologisch gebaseerd zijn op onze genetische voorkeur voor verwanten. De sociale psychologie toonde aan hoe snel mensen groepsgedrag ontwikkelen, zelfs in groepen die op louter fictieve basis worden afgebakend (voor de fans van Expeditie Robinson: kamp noord versus kamp zuid). Het politiek operationaliseren van een etnische groep door het articuleren van een eigen identiteit, is zo oud als de menselijke beschaving zelf. Al in de 10de eeuw omschreef een Duitse abt het begrip 'natio' als mensen die samen horen door gedeelde gewoonten, afkomst, taal en recht. Diverse auteurs toonden aan dat processen van natievorming ouder zijn dan de moderne natiestaten. Onmiskenbaar luidden die wel een fundamenteel nieuwe periode in waarbij de natie de ordening van het ancien régime verving. Voortaan zou een gemeenschap van burgers in zichzelf de legitimatie zoeken om het staatsgezag te dragen. In het ontstaan van dit moderne nationalisme ziet Verhofstadt een tegenstelling tussen het Franse en het Duitse model. Frankrijk zou een verlichte, republikeinse natie zijn, gebaseerd op de vrije keuze van wie ertoe wil behoren. Duitsland zou ontstaan zijn als een reactionaire, etnische natie waartoe mensen gedwongen werden. Dit onderscheid tussen een inclusieve, civiele identiteit en een exclusieve, etnische identiteit werd vlak na WOII al geconcipieerd door auteurs als Hans Kohn, maar hield wetenschappelijk geen stand. Het fundamentele verschil tussen de Duitse en de Franse weg naar de moderne natiestaat is dat Frankrijk eraan begon als een dynastiek geheel en Duitsland als een bestuurlijke lappendeken. Bij de Duitse eenmaking was men bij gebrek aan civiele structuur aangewezen op een sterk etnische articulatie van de verhoopte nationale identiteit. Nochtans waren het de Franse patriotten die het Jacobijnse ideaal van een eengemaakte cultuur tot een politiek axioma verhieven. Eugene Weber beschrijft in From peasants into Frenchmen hoe de Franse revolutionairen oordeelden dat de burgerlijke vrijheid alleen binnen de Franse cultuur gestalte kon krijgen en mensen dwongen om zich hiermee te identificeren. Verhofstadt zingt de lof van de Franse soldaten die de republikeinse waarden van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid in heel Europa uitdroegen. Maar wie daar destijds niet direct de meerwaarde van zag, dreigde kennis te maken met een Duitse wijsheid: 'Willst du nicht mein Bruder sein, schlag' ich dir den Schädel ein.' 

Ethische gemeenschap

De strikte tegenstelling tussen civiel en etnisch nationalisme waar Verhofstadt nog van uitgaat, sneuvelde door de evidente waarneming dat ieder identiteitsconcept bestaat uit een mix van civiele en culturele elementen. Dit maakt ruimte voor een evenwichtigere en dynamischere benadering waarbij men identiteitsbeleving kan beoordelen op basis van haar concrete definitie. Als de klemtoon ligt op etnoculturele elementen die niet door buitenstaanders kunnen verworven worden, heb je een gesloten nationalisme dat gebruikt kan worden om te mobiliseren tegen de andere. Ligt de klemtoon daarentegen op een burgerschap gebaseerd op civiele en culturele elementen (bijvoorbeeld verwerving van de taal) die men zich kan eigen maken als men tot de club wil toetreden, heb je een inclusief nationalisme. De maatschappelijke meerwaarde van een gezonde identiteitsbeleving ligt vooral in de creatie van een ethische gemeenschap. Zeggen wie je bent, is geen vrijblijvend statement. Het verbindt je tot alle andere spelers van dezelfde ploeg en vice versa. De organisatie van een impliciete solidariteit is in deze context vanzelfsprekend. Identiteit geeft ook antwoord op de vraag wie behoort tot het volk en wie niet. Op die manier creëert het een democratische gemeenschap. Volkssoevereiniteit dwingt nu eenmaal tot begrenzing (of kan Verhofstadt in zijn denkwereld verklaren waarom hij Europa als een entiteit beschouwt?). Deze maatschappelijke return van de natie wordt de jongste jaren trouwens opnieuw erkend. Getuige daarvan Nations matter van de progressieve socioloog Craig Calhoun, die stelt dat nationalisme cruciaal is voor het bestaan van democratie en solidariteit. Calhoun concludeert dat 'rather than wishing nationalism away, it is important to transform it'. De natie mag dan slechts één van de concentrische kringen zijn waarin ieder individu zijn/haar verschillende identiteiten vorm geeft en beleeft, ze biedt wel het niveau waarop wij doeltreffend onze directe overheid kunnen organiseren. Van op die eigen vierkante meter kunnen we de wereld tegemoet treden en op een realistische manier open staan voor wie ons tegemoet treedt.

Barst in België

Wat kunnen we daarmee in de Belgische case? In tegenstelling tot de vrijwel algemeen verspreide opvatting was België als natiestaat geen louter kunstmatige constructie. Een Zuid-Nederlandse identiteit bestond tevoren al en lag mee aan de basis van het welslagen van de revolutie van 1830. De jonge natiestaat werd cultureel gedefinieerd als emanatie van haar hogere burgerij, die het cijnskiesrecht genoot en die volledig Franstalig was. De taalvrijheid in de grondwet werd door Charles Rogier treffend geduid als de vrijheid voor Franstaligen om nooit Nederlands te hoeven leren. Vanuit die optiek situeert historicus Herman Van Goethem de eerste echte barst in de Belgische natiestaat in 1893 door de invoering van het algemeen stemrecht. Daarmee trad de Fransonkundige, gewone Vlaming in de Belgische democratie. De Vlaamse Beweging veranderde geleidelijk van de ambitie om een betere definitie aan België te geven (met welk oogmerk Conscience ironisch genoeg zijn Leeuw van Vlaanderenhad geschreven) naar de organisatie van een Vlaamse subnatie. De Vlaamse machtstoename provoceerde tegelijk een Franstalige tegenbeweging. De barst in de Belgische natiestaat zou vanaf dan steeds verder eroderen tot een onherstelbare breuk wanneer in de jaren zeventig de Belgische democratie zich volledig ontdubbelde in autonome Vlaamse en Franstalige entiteiten. België schraagt sindsdien geen ethische of democratische gemeenschap meer. Het land evolueerde snel tot wat Karel De Gucht omschreef als een permanente diplomatieke conferentie. De bestuurlijke daadkracht ervan als directe overheid wordt steeds problematischer. De Vlaamse deelstaat toont ambitie om het vacuüm op te vullen en schraagt een Vlaamse identiteit die in objectieve termen steeds sterker wordt. Maar in subjectieve termen slaagde het Vlaamse project er nooit in om de gehele bevolking te overtuigen. Het opgeven van België en het kiezen voor Vlaanderen haalt het bijgevolg (nog) niet op de positionering van de Vlaamse opinie in andere politieke breuklijnen. Voorlopig eindresultaat is daarom een bestuurlijk lamgeslagen federale staat en een identiteitsbeleving die (zowel Belgisch als Vlaams) te problematisch en te zwak is om meerwaarde te bieden aan een actief burgerschap. 

Toscane

De meerwaarden van een gezonde identiteitsbeleving gaan dus vooralsnog aan ons voorbij. Dat is jammer als men bekijkt welke alternatieven er wenken. Enerzijds het gesloten nationalisme dat ons in een dialectiek van tegenstelling en conflict brengt. Anderzijds het postnationaal wereldburgerschap van Verhofstadt. Dat dit laatste verleidelijk is voor mensen die zich vlot naar een buitenverblijf in Toscane kunnen verplaatsen, is evident. Voor de veelverdiener is het volledig loskomen van gemeenschapsstructuren nu eenmaal de ultieme neoliberale droom. Voor wie minder geluk heeft, dreigt een onaangename wereld waarin je het als individu alleen moet zien te rooien op cultureel, economisch en democratisch vlak. In zijn recente boek De wereldburger bestaat niet, verwijt de Nederlandse PVDA-ideoloog René Cuperus de zogenaamde kosmopolitische nationalisten dat ze een wereld promoten zonder inbreng of betrokkenheid van de rest van de bevolking. Wie denkt dat de globalisering als vanzelf globale mensen voortbrengt - globale politiek, globale democratie, globale samenhorigheid - speelt met historisch en maatschappelijk vuur. Cuperus vraagt 'een fundamentele reset van het vastgelopen economisch-maatschappelijk systeem door een minder losgezongen en zelfzuchtige elite'. Wie het schoentje past, trekke het aan.

www.standaard.be/identiteitsdebat 

BART DE WEVERWie? Voorzitter van de N-VA. Wat? Identiteit is geen doel maar een functie. Waarom? De gezonde behoefte aan identiteit kan een maatschappij zeer goed aanwenden.

The French Identity question(naire)

Pour ses voisins, la France a souvent été un modèle d'inspiration et d'admiration, par l'intensité et la portée universelle des débats intellectuels dont elle a le secret. Elle est source d'accablement pour ses amis qui la voient se perdre dans une polémique stérile sur l'identité nationale. L'opportunité politicienne de ce débat, sa conduite hésitante et ses finalités floues donnent en effet l'impression désastreuse que la France a peur d'elle-même. Il y a décidément quelque chose de pourri en République française.

 
Le séminaire, qui s'est déroulé en catimini le 9 février, témoigne du piège dans lequel s'est enferré le gouvernement. D'abord son opportunité lui échappe : censé contrer le Front national, le débat sur l'identité nationale a au contraire remis les thématiques d'extrême droite au premier plan. Ensuite, sa conduite a fait défaut : faute de consensus politique au sein même de la majorité présidentielle, ces discussions de sous-préfecture et le site dédié sont devenus un défouloir au remugle vichyste. Enfin, quelles sont les finalités de cette affaire ? Apprendre La Marseillaise à l'école ? L'absurde le dispute au grotesque.
Non pas qu'il faille avoir honte de son chant patriotique. Mais plutôt que de se lamenter sur le fait que les jeunes connaissent mieux les paroles d'un chanteur à la mode plutôt que celles de l'hymne national, les Français devraient plutôt être fiers de savoir que La Marseillaise est connue.
Cette crispation sur les symboles nationaux est le symptôme le plus patent du malaise national transpirant à travers ce débat raté. C'est un réflexe de peur incompréhensible quand on connaît le poids et l'influence de la France en Europe et dans le monde. Tous les pays ont des problèmes d'immigration, les ex-pays coloniaux plus que les autres, mais nous savons bien que c'est moins l'islam qui pose problème que le manque de formation et le chômage.
Pour un voyou d'origine africaine ou un Maghrébin islamiste qui affuble sa femme d'une burqa, combien de jeunes issus de l'immigration parviennent à s'insérer et à vivre de leur travail dans nos sociétés ? L'immense majorité. Ce serait une insulte à l'avenir national si ce débat sur l'identité devait conduire à stigmatiser des couches de la population à cause des comportements individuels d'une minorité agissante, dont le cas relève de la police et de la justice.
Lorsque la France a remporté la Coupe du monde de football, je ne me souviens pas, bien au contraire, que les Français aient eu à se plaindre des capacités sportives que donnait à leur pays sa diversité ethnique et culturelle. C'est de cette France-là que l'Europe a besoin, un pays ouvert et solidaire, qui s'est forgée une identité plurielle et universelle. Deux concepts si bien mis en lumière par Amartya Sen et Karl Popper, dont j'ai repris et développé la pensée en 2006 dans un manifeste politique intitulé "Plaidoyer pour une société ouverte". Pour moi, l'essentiel en effet n'est pas d'où l'on vient mais où l'on va.
Au moment où l'on célèbre le 50e anniversaire de la mort de Camus, il serait paradoxal que la France s'abandonne à une posture étrangère à celle qui a fait sa réputation multiséculaire. Il existe certes une autre France, maurrassienne, chauvine qui ne s'est pas illustrée au mieux lors des grands chocs nationalistes du XXe siècle. Mais de la France qu'on aime et dont on a besoin, on attend des idées, des projets, et non pas le repli identitaire d'une vieille nation frileuse, plus occupée à ressasser les échecs du passé qu'à préparer ses succès de demain. Le légitime respect dont jouit toujours la France hors de ses frontières est un gage de reconnaissance précieux et un point d'appui pour redonner confiance aux Français. Un peuple confiant trouvera sa place dans l'Europe et le monde. Et ses gouvernants seraient bien inspirés d'en prendre conscience.


Guy Verhofstadt est président du groupe de l'Alliance des démocrates et des libéraux au Parlement européen, ancien premier ministre belge.
 

'Selfish sounds': Darwinism in linguistics

People generally think that they are in full command of what they say. Historical linguist Nikolaus Ritt from the Department of English and American Studies at Universitat Wien (Austria), however, claims that it may actually be language which controls us, the speakers, rather than the other way round. Applying a generalised Darwinian framework to linguistics, he is particularly interested in how words and sounds change over time and how they use humans for the "selfish" purpose of getting themselves replicated.
Nikolaus Ritt examines language change from an unconventional point of view. Contrary to established, speaker-centred theories of language change his generalised Darwinian approach does not reduce the properties of human behaviour to the intentions and goals of free-willed human agents. "The exciting aspect of this approach is that it allows one to take a consistent third-person perspective on the historical development of language", Nikolaus Ritt explains.

This is a repost from Physorg.com - Original link

Applying evolutionary theory to language change

As opposed to hermeneutic theories of historical linguistics, the generalised Darwinian approach is radically analytic and regards cultural and linguistic change as something that happens with speakers' selves being only partly involved in the process, and experiencing it rather than driving it. In a way it could be said that the generalised Darwinian framework "allows one to abandon the concept of the all-powerful speaker in the same way as biological evolutionary theory allowed us to abandon the concept of an intentional intelligent designer behind biological life."

According to Nikolaus Ritt, one of the problems which evolutionary approaches to cultural studies face is that so many other theories are already well-established in this research area. "Since these traditional concepts do reasonably well, the scientific community typically reacts sceptically. A common attitude is to say, 'Well, we already have our own ways of talking about change. Why do we need a biologically-inspired model?'" However, there are quite a number of phenomena in the histories of languages that cannot be satisfactorily explained from traditional speaker-based perspectives.

The evolution of rhythmic patterns in the English language

Good examples of such phenomena are sets of changes which are obviously directed but unfold over time spans that are impossible to even survey by individual speakers. They have come to be known as 'drifts'. A case of such a drift seems to have affected the sound shapes of English words (or better: lexical morphemes, i.e. the smallest linguistic units that carry meaning). Over time their shapes seem to have gradually evolved in a direction where they came to fit better into the rhythmical patterning that characterises English speech. "For instance, vowels in long words tended to be shortened over time, while vowels in short words tended to be lengthened. Thus, the rhythmic units they established became more uniform", Nikolaus Ritt explains.

"What is puzzling is that this development started in the 9th century A.D. and is to some extent still going on today. Traditional theories have problems with such findings, because they describe language change as being driven by speakers' needs, their goals and their intentions", says Nikolaus Ritt. "But why should, for example, a speaker who lives in the late 19th century, be interested in finishing a process that somebody started in the 9th century, that is to say one thousand years earlier? For this reason we believe that the causal mechanisms that drive long-term changes of this kind cannot be derived from the intentions and goals of individual speakers. Instead, we think that evolutionary theory offers a promising alternative perspective."

Why and how sounds are "selfish"

From the evolutionary perspective this kind of development is best understood if one regards rhythm as an environmental constant in the linguistic world in which words and the sounds they are made up of have to survive and replicate. Because of the constant environmental pressure which rhythm exerts on them, the sound shapes of English words have gradually changed to become better adapted to the rhythmically structured utterances through which they get expressed and transmitted.

"The crucial point of this Darwinian approach", says Nikolaus Ritt, "is that speakers play no central role in our explanation of this directed evolution. Of course humans are the ones who speak, and they are the ones who acquire language, but the pattern of change that has come to unfold over the centuries results from the interaction of rhythm and sounds. From this perspective, speakers only provide the machinery which 'selfish' sounds use to replicate themselves, but they do not actively steer this evolutionary process."

The rise of Darwinism in linguistics

Even though Darwinists still represent a minority within the historical linguistic community, Nikolaus Ritt is optimistic with regard to the future of the evolutionary approach in his field of research. "I genuinely think that the approach deserves to be given a serious test, and we are confident to achieve this, because English historical is at a stage where there is a huge amount of data available that can be studied quantitatively. Additionally, in the wake of the Darwin year 2009 the importance of Charles Darwin got increased recognition in many different academic disciplines. This is why our perspective on language change is also taken more and more seriously. It is a non-mainstream approach that is now making it to the limelight."

Provided by Universitat Wien

<!-- Google FISRT Adsense block -->

<!-- additional info -->